Extra ondersteuning
Extra ondersteuning is voor leerlingen die niet genoeg baat hebben bij de basisondersteuning in de school. Extra ondersteuning kan worden vormgegeven:

  Binnen het regulier onderwijs
•  In een bovenschoolse voorziening.


Binnen het regulier onderwijs
In het schoolondersteuningsprofiel geven scholen aan wat ze in principe aan extra ondersteuning kunnen bieden. Binnen dat kader wordt de extra ondersteuning van een school geconcretiseerd op basis van de ondersteuningsbehoefte van een individuele leerling of een specifieke groep leerlingen. De school kan een individueel arrangement of een groepsarrangement inzetten.  Het individueel arrangement is een maatwerkarrangement voor een individuele leerling en kan op elke VO-school  worden ingezet . De school formuleert in overleg met de ouders een ontwikkelingsperspectief inclusief een handelingsdeel. De aanvraag kan ondersteuning betreffen op pedagogische en/of didactische gebied, door of onder regie van de school zelf vanuit het samenwerkingsverband of een andere (bijv. een cluster 3 of 4) school voor de leerling of voor de begeleidende docenten op materieel gebied, bijv. hulpmiddelen voor de leerling.  Het groepsarrangement kan gerealiseerd worden op een school die zich in het kader van de extra ondersteuning specialiseert op een specifieke doelgroep.


In een bovenschoolse voorziening
Als bovenschoolse voorzieningen (
Orthopedagogisch didactisch centrum, OPDC) onderscheiden we de volgende mogelijkheden:
Rebound en het FLEX College.


 


Basisondersteuning
De VO-scholen voor hebben samen beschreven wat de minimale ondersteuning is die zij aan alle leerlingen bieden. Dat noemen we de basisondersteuning. Deze  is omschreven in 10 standaarden, en uitgewerkt  in een aantal concretiseringen. Elke school  geeft deze standaarden én concretiseringen vorm op een wijze die past bij de visie en organisatie van de school.
Het gaat hierbij om preventief en licht curatief handelen, zo nodig  in samenwerking met ketenpartners en binnen de onderwijsondersteuningsstructuur van de school  uitgevoerd. Ook de VSO-scholen voor hebben hun basisondersteuning beschreven. Vanwege het speciale karakter van hun ondersteuning hebben ze daar een eigen vorm voor.


 

Taken
De Commissie van Deskundigen (CvD) is ingesteld door het samenwerkingsverband (SWV) en  heeft de volgende taken:
• Beoordelen van aanvragen voor toelaatbaarheid van leerlingen tot het voortgezet speciaal onderwijs (vso) op aanvraag van aan het SWV verbonden   scholen voor v(s)o. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in aanvragen voor (oud)cluster 3 en cluster 4.
   Hierbij kan het gaan om zowel   indicaties als om her-indicaties

• Beoordelen van aanvragen voor toelaatbaarheid van leerlingen tot het FlexCollege op aanvraag van aan het SWV verbonden scholen voor v(s)o.
Beoordelen van aanvragen voor extra ondersteuning in de vorm van een individueel of een groepsarrangement op aanvraag van aan het SWV verbonden scholen voor v(s)o.

Daarnaast beoordeelt de CvD aanvragen voor toelaatbaarheid van leerlingen tot het Praktijkonderwijs (PrO) en aanvragen voor een aanwijzing voor Leerwegondersteunend onderwijs (LWOO). Elders op de website wordt hierover verdere informatie gegeven.

De CvD is door de directeur van het SWV gemandateerd om besluiten te nemen over de toekenning van toelaatbaarheidsverklaringen (TLV’s) en aanvragen voor de toelaatbaarheid van leerlingen tot het Flexcollege. Aanvragen voor extra ondersteuning (individueel of groepsarrangement) worden momenteel beoordeeld door de directeur van het SWV in samenspraak met de teamleider en de voorzitter van de CvD. Het streven is om de beoordelingsfunctie uiteindelijk neer te leggen bij de CvD.

Toelaatbaarheidscriteria
Voor de beoordeling van aanvragen voor toelaatbaarheid tot het voortgezet speciaal onderwijs (vso) hanteert de CvD toelaatbaarheidscriteria. Deze criteria heeft het SWV in samenspraak met aanpalende samenwerkingsverbanden vastgesteld. Link

Voor de beoordeling van aanvragen voor toelaatbaarheid tot het FlexCollege en aanvragen voor extra- of groepsondersteuning heeft het SWV richtlijnen geformuleerd. Link

Onderwijstransparant
Alle aanvragen worden gedaan in Onderwijstransparant (OT), met uitzondering van de groepsaanvragen voor extra ondersteuning aangezien dat momenteel niet mogelijk is in OT. Laatstgenoemde aanvragen worden schriftelijk ingediend. Alle leden van de CvD hebben (digitaal)  toegang tot de dossiers die voor de vergadering zijn geagendeerd.

Indeling in kamers en werkwijze van de CvD
De CvD is momenteel verdeeld in 3 zogeheten kamers:
Kamer  voor beoordeling van aanvragen voor TLV’s cluster 4.
• Kamer voor beoordeling van aanvragen voor TLV’s  cluster 3.
• Kamer voor beoordeling van aanvragen voor het FlexCollege.

Zoals eerder aangegeven komt er op termijn waarschijnlijk nog een kamer bij voor de beoordeling van aanvragen voor extra- en groepsondersteuning.

Het streven is dat de aanvraagprocedure voor alle aangevraagde ondersteuningsvormen binnen maximaal 4 (werk)weken wordt afgerond, resulterend in een beschikking van het SWV. Let wel, hierbij gaat het dan om ‘complete aanvragen’. Dat wil zeggen dat het dossier compleet is en voorzien is van een handtekening van de ouders/voogd en een preadvies van de schoolondersteuner (SOT) van het samenwerkingsverband. Indien een aanvraag/dossier incompleet is, zal de CvD de ontbrekende stukken/informatie bij de aanvragende school opvragen. Pas als de aanvraag compleet is, beschikt de CvD namens het SWV binnen een termijn van 4 (werk)weken.

De werkwijze van de CvD
• De CvD vergadert wekelijks op maandagochtenden. In samenspraak met de voorzitter van de CvD maakt de administratief medewerker van de CvD een vergaderlijst op. Zie hiertoe het vergaderschema voor schooljaar 2018-2019.
• Elke kamer vergadert gemiddeld een keer per 3 (werk)weken.
• Volledige aanvragen/dossiers voor de betreffende kamer worden geagendeerd, mits op tijd ingediend. Zie hiertoe het vergaderschema voor schooljaar 2018-2019.
• Op de dinsdag voorafgaand aan de vergaderdag nodigt de administratief medewerker de leden van de betreffende kamer uit en stuurt hen het overzicht van de te bespreken aanvragen.
• Commissieleden hebben via OT digitaal toegang tot de dossiers ter voorbereiding op de vergadering.
• De voorzitter leidt de vergadering en ziet toe op een zorgvuldige besluitvorming, indachtig de geformuleerde criteria en richtlijnen. Er wordt gestreefd naar consensus. Lukt dat niet, dan wordt een meerderheidsbesluit genomen.
• De administratief medewerker legt de besluiten vast in OT en informeert de aanvragende school en de ouders/voogd over het genomen besluit.

Samenstelling van de CvD
De CvD bestaat uit een onafhankelijk voorzitter (niet gebonden aan enige school of enig bestuur in het SWV) en maximaal 4 leden. De leden zijn werkzaam binnen één van de scholen van het SWV. Zij zijn allen praktijkdeskundigen en expert op het gebied van leerlingbegeleiding. Dit laatste in de brede betekenis van het woord. Hun achtergrond is die van psycholoog, orthopedagoog, zorgcoördinator en/of ervaren docent, binnen zowel het regulier- als het speciaal voortgezet onderwijs.

Daarnaast is het altijd mogelijk dat de CvD op afroep een extern deskundige uit de jeugd- of jeugdgezondheidszorg raadpleegt, indien zeer specifieke kennis en/of ervaring nodig is/zijn  om de aanvraag te kunnen beoordelen.

Bekijk de Samenstelling van de Commissie van deskundigen.

Leerwegondersteunend onderwijs en Praktijkonderwijs

Leerwegondersteunend onderwijs
Leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) is er voor leerlingen die zonder extra hulp geen vmbo-diploma zouden kunnen halen. Het gaat om leerlingen met leerachterstanden, een intelligentie die in de range van 75-120 ligt en/of sociaal-emotionele problemen.  Lwoo is een voorziening binnen het vmbo waarbij leerlingen één van de vier leerwegen doorlopen met extra ondersteuning. Lwoo kan op verschillende manieren worden aangeboden:

• onderwijs in een apart gebouw;
• onderwijs in aparte klassen;
• onderwijs in reguliere klassen met extra begeleiding.

Vormen van extra begeleiding kunnen zijn: les in kleinere groepen, remedial teaching, coaching concentratietraining, sociale vaardigheidstraining en faalangstreductietraining. De scholen voor voortgezet onderwijs bepalen zelf de vorm waarin zij Lwoo aanbieden. Er is geen verschil tussen het vmbo-diploma dat met of zonder lwoo behaald wordt; op het diploma staat niet vermeld dat er onderwijs met lwoo gevolgd is.

Praktijkonderwijs
Praktijkonderwijs (PrO) is er voor leerlingen voor wie het behalen van een vmbo-diploma te hoog gegrepen is. Wanneer de opleiding met succes wordt afgesloten, kunnen zij eventueel doorstromen naar de arbeidsmarkt of Entree of niveau 2 in het mbo. Het gaat om leerlingen met leerachterstanden, een intelligentie die in de range van 55-80 ligt en/of sociaal-emotionele problemen. 

Aanvraag aanwijzing leerwegondersteunend onderwijs of  Toelaatbaarheidsverklaring Praktijkonderwijs
Om voor leerwegondersteunend onderwijs of Praktijkonderwijs in aanmerking te komen heeft een leerling een aanwijzing lwoo of een toelaatbaarheidsverklaring Praktijkonderwijs nodig van het samenwerkingsverband. Alleen de huidige school voor voortgezet onderwijs van de leerling kan de aanwijzing lwoo of een Toelaatbaarheidsverklaring Praktijkonderwijs aanvragen.

Het samenwerkingsverband hanteert de landelijke criteria. Dit betekent dat een school voor de aanvraag gebruik moet maken van goedgekeurde instrumenten. De landelijke criteria en de regeling screenings- en testinstrumenten (deze staat gepubliceerd in de Staatscourant) zijn te vinden op de website.

Een aanwijzing lwoo of een Toelaatbaarheidsverklaring Praktijkonderwijs staan los van het schooladvies. De basisschool kan niet via het schooladvies bepalen of een leerling in aanmerking komt voor lwoo of PrO. Een basisschool kan bijvoorbeeld het schooladvies ‘vmbo met lwoo’ geven. Het deel ‘met lwoo’ is dan geen onderdeel van het schooladvies. Het geeft alleen aan dat de school verwacht dat de leerling lwoo nodig heeft op het vmbo.

Er zijn verschillende groepen te onderscheiden:
1. Onderinstromers (groep 8)
2. Zittende eerstejaarsleerlingen
3. Vreemdelingen
4. Bijzondere groepen (Artikel 15e)

Voor een correcte dossieropbouw, zie deze checklist.

Onderwijstransparant 
Scholen voor voortgezet onderwijs vragen een aanwijzing lwoo of een Toelaatbaarheidsverklaring Praktijkonderwijs aan in Onderwijstransparant (OT).  De onderinstromers, de zittende eerstejaarsleerlingen en de Vreemdelingen worden in 1 Loket VO-module via de lwoo-PrO rol ingevoerd. De leerlingen die volgens de regeling bijzondere groepen worden aangemeld, worden als zijnde een ‘arrangement PrO zij-instromers’ in de totaalrol ingevoerd.
Alle leden van de CvD hebben (digitaal) toegang tot de dossiers die voor de vergadering zijn geagendeerd.

Samenstelling van de Commissie van Deskundigen
De commissie bestaat uit drie personen, waaronder een onafhankelijk (niet gebonden aan enige school of enig bestuur in het samenwerkingsverband) voorzitter en twee leden. Verder wordt de commissie door een ambtelijk secretaris en een administratief medewerker ondersteund.
De leden zijn werkzaam binnen één van de scholen van het samenwerkingsverband. De leden zijn praktijkdeskundigen en expert op het gebied van leerlingbegeleiding. Dit laatste  in de brede betekenis van het woord. Hun achtergrond is die van psycholoog, orthopedagoog, zorgcoördinator en/of ervaren docent, binnen zowel het regulier- als het speciaal voortgezet onderwijs.

Toekenning aanwijzing lwoo of Toelaatbaarheidsverklaring Praktijkonderwijs
Als een aanwijzing lwoo of een Toelaatbaarheidsverklaring door de commissie is toegekend, wordt de ondersteuningsverklaring in ‘Bijlagen’ in OT toegevoegd. Voor de bekostiging van een leerling voor het huidige schooljaar dient de ondersteuningsverklaring voor 1 oktober van het huidige schooljaar door de CvD zijn afgegeven.   De school voor voortgezet onderwijs kan de leerlingen uiterlijk tot 15 oktober van het huidige schooljaar bij DUO melden.

 

 


Schoolondersteuningsprofiel
Iedere school heeft een eigen schoolondersteuningsprofiel (SOP). Hierin staat beschreven op welke manier de school de basisondersteuning en extra ondersteuning vormgeven. Het SOP van uw school kunt u hier vinden.


 


Toelaatbaarheidsverklaring
Een leerling kan alleen worden toegelaten op een cluster 3 of cluster 4 school als het samenwerkingsverband een toelaatbaarheidsverklaring (tlv) heeft afgegeven. Hiertoe dient de school waar de leerling wordt aangemeld een aanvraag in te dienen bij de Commissie van Deskundigen. Klik hier voor alle toelaabaarheidscriteria.


Zie ook: Registratie toelaatbaarheidsverklaring of kijk bij  handreiking registreren en afgeven toelaatbaarheidsverlaring. 
Zie ook: Routes voor het aanvragen van een tlv en  tlv (v)so stroomschema.